Bij impasto wordt de verf zo dik aangebracht dat ze zelf een voelbaar, zichtbaar oppervlak vormt. De verf is niet langer alleen kleur, maar ook materie. Een schilderij in impasto vraagt om bekeken te worden vanuit verschillende hoeken, want het licht speelt over de ruggen en groeven van de verf en verandert het beeld voortdurend.
Wat is impasto?
Impasto is een techniek waarbij verf dik wordt aangebracht met een penseel, handmatig, een paletmes of een schildersmes om een gestructureerd oppervlak te creëren. Het woord wordt ook gebruikt om de resultaten van de techniek aan te duiden: een dik opgezette verflaag heet zelf ook impasto. De term komt uit het Italiaans en verwijst naar deeg of pasta, wat goed de aard van de verf beschrijft.
Een lange traditie
Hoewel impasto vaak met moderne kunst wordt geassocieerd, is de techniek al eeuwen oud. Rembrandt zette de lichte partijen in zijn portretten, zoals kragen en sieraden, dik neer, zodat ze letterlijk het licht vangen. Vincent van Gogh maakte van impasto zijn handtekening: zijn dikke, ritmische streken geven luchten en korenvelden een bijna trillende energie. Ook de expressionisten en later de abstract-expressionisten gebruikten het om emotie en beweging tastbaar te maken.
Gereedschap
Je kunt op verschillende manieren impasto aanbrengen:
Penseel: stevige varkenshaar of synthetische penselen laten de streek van de haren zichtbaar achter. Een plat penseel geeft brede, ritmische sporen.
Paletmes: hiermee schuif je de verf in dikke, gladde vlakken of juist in scherpe ruggen. Het levert een andere uitstraling dan een penseel.
Schildersmes: een licht gebogen, flexibel mes waarmee je verf kunt opzetten, trekken en uitschrapen.
Andere middelen: sommige kunstenaars gebruiken kaarten, spatels of zelfs hun vingers.
Verdikkende mediums
Er bestaan speciale verdikkende mediums om het effect verder te versterken. Daarmee krijgt de verf meer lichaam zonder dat je enorme hoeveelheden duurbetaalde verf hoeft te gebruiken. Voor acrylverf zijn er structuurgels en -pasta’s, die de verf dikker en stijver maken en vaak ook sneller drogen. Voor olieverf zijn er mediums die de verf steviger maken en de streken laten staan. Een bijkomend voordeel is dat je zo de kosten beperkt, want verf in grote hoeveelheden is prijzig.
##Werken met impasto
Een paar praktische adviezen:
Gebruik een stevige drager: dikke verf is zwaar. Een goed gespannen doek of een paneel is beter dan dun papier.
Werk met een gronding: een grondlaag zorgt voor goede hechting, zodat de verf niet loslaat.
Bepaal waar je impasto toepast: een heel schilderij in dikke verf kan overweldigend zijn. Veel schilders bewaren het voor de belangrijkste plekken, zoals de hoge lichten, en houden de rest dun. Zo ontstaat een natuurlijke nadruk.
Mengen op het doek: omdat de verf dik is, kun je kleuren gedeeltelijk in elkaar laten lopen. Dat geeft levendige, ongelijke overgangen.
Wees terughoudend met overwerken: te veel strijken maakt de verf modderig en haalt het reliëf weg. Zet de streek neer en laat hem staan.
Droogtijd en houdbaarheid
Dikke olieverf kan dagen tot weken nodig hebben om door te drogen, en bij een te snelle opbouw kan het oppervlak barsten. Werk daarom volgens het principe “vet op mager”: begin met dunnere, snel drogende lagen en laat de dikste verf als laatste volgen. Acrylverf droogt veel sneller, maar kan bij zeer dikke lagen krimpen. Gebruik dan liever een medium dan pure verf.
Conclusie
Impasto maakt van verf een tastbaar materiaal. Het geeft een schilderij expressie, textuur en een eigen lichtspel, en nodigt de kijker uit om te blijven kijken. Wie de techniek met overleg toepast, ontdekt dat het niet alleen gaat om wat je schildert, maar ook om hoe de verf zelf spreekt.