Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

De Oosterbeekse kunstenaarskolonie

Kunststroming
Welkom in mijn studeerkamer!

De Oosterbeekse kunstenaarskolonie Toen Nederlandse schilders de natuur introkken De Oosterbeekse kunstenaarskolonie ontstond rond het midden van de negentiende eeuw in en rond Oosterbeek, bij Arnhem. Schilders trokken erheen vanwege het afwisselende landschap van bossen, heuvels, beken, heidevelden en uiterwaarden. Het gebied kreeg zelfs de bijnaam het Nederlandse Barbizon. Een belangrijke figuur was Johannes Warnardus Bilders, die jonge kunstenaars stimuleerde om het landschap rechtstreeks te bestuderen. Ook Gerard Bilders, Anton Mauve, Willem Roelofs en de gebroeders Jacob, Matthijs en Willem Maris worden met Oosterbeek verbonden. De kunstenaars ontmoetten elkaar, wandelden samen en werkten buiten. Niet het geïdealiseerde landschap, maar licht, atmosfeer en de directe ervaring van de natuur kregen steeds meer aandacht. Oosterbeek was geen strak georganiseerde vereniging met regels of een manifest. Juist de ontmoetingen en gezamenlijke belangstelling maakten de plaats belangrijk. De kolonie vormt een schakel tussen romantische landschapsschilderkunst en de latere Haagse School. In Oosterbeek werd iets uitgeprobeerd dat later vanzelfsprekend leek: niet in het atelier bedenken hoe de natuur eruitziet, maar naar buiten gaan en zelf kijken. wordt meestal aangeduid als de Oosterbeekse School, de Oosterbeekse kunstenaarskolonie of de schilderskolonie Oosterbeek/Wolfheze.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

Olieverf

Techniek

Olieverf Van een klodder gekleurde pasta naar vijf eeuwen meesterwerken Olieverf is een van de belangrijkste materialen uit de geschiedenis van de schilderkunst. Pigment wordt gemengd met een drogende olie, meestal lijnolie. Daardoor ontstaat verf die langzaam droogt en kunstenaars veel mogelijkheden geeft om kleuren te mengen, lagen over elkaar aan te brengen en kleine details uit te werken. Juist die lange droogtijd werd een kracht. Schilders kunnen zachte overgangen maken, transparante glacislagen gebruiken of juist dikke klodders verf aanbrengen. Van de verfijnde schilderijen van Jan van Eyck en Rembrandt tot de krachtige penseelstreken van Vincent van Gogh: allemaal ontstonden ze met hetzelfde basisprincipe. Olieverf veranderde bovendien mee met de kunstenaar. Verf in tubes maakte buiten schilderen in de negentiende eeuw veel gemakkelijker. Open de deur naar olieverf: ontdek pigmenten, lijnolie, glaceren, impasto, paletmessen, schildersdoek en kunstenaars die met een paar kleuren een compleet nieuwe wereld konden schilderen.

Met dunne laagjes olieverf kon Van der Neer zelfs maanlicht laten gloeien

Beschrijving
Olieverf
Met dunne laagjes verf kon Van der Neer zelfs maanlicht laten gloeien

Olieverf bestaat uit pigment dat met een drogende olie, vaak lijnolie, wordt vermengd. De techniek biedt schilders grote mogelijkheden om transparante en dekkende verflagen te combineren. Daardoor kunnen subtiele kleurovergangen, diepe schaduwen en bijzondere lichteffecten worden opgebouwd.

Voor Aert van der Neer waren deze eigenschappen bijzonder belangrijk. Zijn landschappen spelen vaak met moeilijke lichtsituaties: maanlicht, schemering, zonsondergangen en donkere wolkenluchten.

Door verschillende verflagen over elkaar aan te brengen kon hij donkere partijen diepte geven en tegelijkertijd lichtere gedeelten laten oplichten. Transparante lagen konden kleuren verdiepen zonder onderliggende verf volledig te bedekken.

Technisch onderzoek heeft bovendien laten zien dat Van der Neer soms in nog natte verf kraste, waardoor een lichtere onderliggende laag opnieuw zichtbaar werd. Zo konden kleine lichtaccenten ontstaan.

Olieverf was voor Van der Neer dus veel meer dan eenvoudig kleurmateriaal. De eigenschappen van de verf hielpen hem het ongrijpbare te schilderen: licht dat door wolken breekt, over water glijdt en langzaam in de duisternis verdwijnt.

Wodanseiken

Onderwerp

Wodanseiken Oude eiken werden ontmoetingsplaats, schildersmotief én decor voor merkwaardige kunstenaarsrituelen De Wodanseiken bij Wolfheze behoren tot de bijzonderste plekken uit de geschiedenis van de Oosterbeekse kunstenaarskolonie. Het gaat om eeuwenoude eiken langs de Wolfhezerbeek die in de negentiende eeuw een grote aantrekkingskracht uitoefenden op landschapsschilders. Hun grillige stammen, zware takken en ligging bij water en heide maakten ze ideale schilderonderwerpen. Vooral Johannes Warnardus Bilders speelde een belangrijke rol in de bijna mythische reputatie van de bomen. Hij verbond het landschap graag met verhalen over Wodan en andere Germaanse goden. Nieuwe kunstenaars konden zelfs tijdens speelse ceremonies bij de beek worden 'gedoopt', waarbij Bilders zich volgens overleveringen als druïde gedroeg. De Wodanseiken werden door verschillende kunstenaars getekend en geschilderd. Daardoor veranderden gewone oude bomen geleidelijk in herkenningspunten van de kunstenaarskring. Juist dat maakt ze voor KunstCore interessant. De Wodanseiken verbinden landschapsschilderkunst met kunstenaarsleven, geschiedenis, mythologie en humor. Wie bij deze bomen uitkomt, staat dus niet alleen voor een stukje natuur, maar midden in de wereld waarin de Oosterbeekse kunstenaars elkaar ontmoetten en samen naar het landschap leerden kijken.

Over Wodanseiken is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Nederlandse landschap

Onderwerp

Nederlandse landschap In Oosterbeek ontdekten schilders dat een gewoon Nederlands landschap helemaal niet gewoon hoefde te zijn Het Nederlandse landschap speelde een hoofdrol binnen de Oosterbeekse kunstenaarskolonie. Rond Oosterbeek en Wolfheze vonden schilders bossen, beekjes, heidevelden, weilanden, oude bomen en wisselende wolkenluchten. Grote bergen of spectaculaire watervallen waren er niet nodig. Juist het alledaagse landschap werd interessant. Dat betekende een verandering in de manier waarop kunstenaars naar de natuur keken. Een landschap hoefde niet langer vooral een geïdealiseerde compositie te zijn die in het atelier werd samengesteld. Schilders gingen steeds aandachtiger kijken naar werkelijk licht, weersomstandigheden en atmosfeer. Daarbij konden zelfs bescheiden onderwerpen betekenis krijgen: een groep bomen langs een beek, koeien in een weiland of zonlicht tussen donkere wolken. De kunstenaars rond Oosterbeek sloten daarmee aan bij ontwikkelingen die ook rond het Franse Barbizon plaatsvonden. Hun ervaringen zouden later belangrijk worden voor de Haagse School. Het Nederlandse landschap werd niet mooier gemaakt door er spectaculaire elementen aan toe te voegen. De uitdaging was juist om het bijzondere van het gewone zichtbaar te maken. Daarmee werd Oosterbeek een belangrijke oefenplaats voor een nieuwe Nederlandse landschapskunst.

Over Nederlandse landschap is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Plein-air schilderen

Techniek

Plein-air schilderen De schildersezel ging naar buiten en plotseling veranderden licht en weer voortdurend het schilderij Plein-air schilderen betekent letterlijk schilderen in de open lucht. In plaats van een landschap uitsluitend in het atelier te maken, werkt de kunstenaar buiten en kijkt rechtstreeks naar het onderwerp. Voor de kunstenaars rond Oosterbeek en Wolfheze was die directe natuurwaarneming belangrijk. Bossen, beekjes, heide en oude bomen konden ter plaatse worden bestudeerd. Daardoor kregen veranderend licht, wolken, vocht en weersomstandigheden veel meer invloed op het schilderen. Buiten werken stelde kunstenaars wel voor praktische problemen. Verf, penselen, schilderdrager en ezel moesten worden meegenomen. De komst van olieverf in metalen tubes maakte dat in de negentiende eeuw aanzienlijk gemakkelijker. Verf hoefde niet meer uitsluitend in het atelier te worden voorbereid en bewaard. De kunstenaars van de School van Barbizon in Frankrijk hadden eveneens grote belangstelling voor rechtstreeks werken naar de natuur. Nederlandse schilders namen dergelijke ideeën mee naar eigen landschappen. Plein-air schilderen betekende overigens niet noodzakelijk dat ieder schilderij volledig buiten werd voltooid. Studies en schetsen konden later in het atelier worden uitgewerkt. Belangrijker was de nieuwe houding: eerst zelf kijken, dan schilderen wat het landschap werkelijk met licht en atmosfeer doet.

Over Plein-air schilderen is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Station Wolfheze

Plaats

Station Wolfheze Eén klein station maakte de natuur rond Oosterbeek ineens bereikbaar voor een nieuwe generatie schilders Station Wolfheze speelde een verrassende rol in de ontwikkeling van de kunstenaarskolonie rond Oosterbeek. In 1845 werd Wolfheze aangesloten op de spoorlijn tussen Utrecht en Arnhem. Daarmee veranderde de bereikbaarheid van het gebied aanzienlijk. Voor kunstenaars uit steden in het westen werd het eenvoudiger om naar de Veluwezoom te reizen. Schilders konden hun materialen meenemen en relatief snel midden in een aantrekkelijk landschap terechtkomen. Bossen, heidevelden, beekjes en oude bomen lagen binnen bereik. Dat sloot uitstekend aan bij de groeiende belangstelling voor schilderen in de open lucht. Kunstenaars wilden de natuur steeds vaker rechtstreeks bestuderen in plaats van landschappen uitsluitend in het atelier samen te stellen. De spoorweg is daarmee een mooi voorbeeld van de invloed van moderne techniek op kunst. Terwijl schilders juist op zoek gingen naar ongerepte natuur, hielp een van de modernste vervoermiddelen van hun tijd hen die natuur te bereiken. Station Wolfheze verbindt daardoor twee werelden die tegengesteld lijken: industrialisering en romantische natuurbeleving.

Over Station Wolfheze is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Wolfheze

Plaats

Wolfheze Bossen, heide en eeuwenoude bomen maakten een klein dorp tot geliefd terrein voor landschapsschilders Wolfheze ligt op de Veluwezoom, vlak bij Oosterbeek, en werd in de negentiende eeuw een belangrijke plek voor kunstenaars. Het landschap bood precies wat veel schilders zochten: oude bossen, heidevelden, beekjes, weilanden en indrukwekkende bomen. Vooral de omgeving van de Wolfhezerbeek werd geliefd. Daar stonden ook de beroemde Wodanseiken, eeuwenoude bomen die door verschillende kunstenaars werden geschilderd en getekend. Wolfheze was geen kunstenaarskolonie met ateliers die keurig naast elkaar lagen. Schilders trokken vanuit Oosterbeek en andere verblijfplaatsen het landschap in en ontmoetten elkaar onderweg of tijdens gezamenlijke uitstapjes. Johannes Warnardus Bilders gaf het gebied zelfs een bijna mythologische betekenis. Rond de Wodanseiken organiseerde hij speelse rituelen waarbij nieuwe kunstenaars symbolisch konden worden opgenomen in de kring. De combinatie van natuur, gezelligheid en gezamenlijke artistieke belangstelling maakte Wolfheze bijzonder. Later zouden verschillende kunstenaars die hier werkten betrokken raken bij de Haagse School. Daarmee werd dit kleine dorp een van de oefenterreinen waar de moderne Nederlandse landschapsschilderkunst langzaam vorm begon te krijgen.

Over Wolfheze is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Wolfhezerbeek

Onderwerp

Wolfhezerbeek Langs deze kleine beek vonden schilders precies het soort landschap dat later zo typisch Nederlands zou lijken De Wolfhezerbeek is nauw verbonden met de geschiedenis van de kunstenaars rond Oosterbeek en Wolfheze. De beek loopt door een landschap met bossen, graslanden en oude bomen en bood negentiende-eeuwse landschapsschilders talloze onderwerpen. Water was voor kunstenaars bijzonder aantrekkelijk. Het weerspiegelt bomen en lucht, verandert voortdurend door het licht en brengt beweging in een landschap. Langs een beek konden schilders bovendien verschillende elementen combineren: oevers, boomgroepen, water, wolken en menselijke figuren. Bij de Wolfhezerbeek stonden de beroemde Wodanseiken. Hierdoor werd het gebied niet alleen schilderachtig, maar kreeg het binnen de kunstenaarskring ook een bijna legendarische betekenis. Johannes Warnardus Bilders organiseerde er volgens overleveringen zelfs speelse inwijdingsrituelen voor kunstenaars. Zo werd de beek tegelijk natuurgebied, schildersmotief en ontmoetingsplaats. De Wolfhezerbeek laat goed zien waarom de Oosterbeekse kunstenaarskolonie kon ontstaan. Er was geen spectaculair berglandschap nodig. Een kleine beek, enkele oude bomen en veranderend Nederlands licht boden voldoende materiaal. De kunst zat uiteindelijk vooral in hoe aandachtig de schilder keek.

Over Wolfhezerbeek is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Papiermolenbeek

Onderwerp

Papiermolenbeek Waar ooit water een molen aandreef, vonden landschapsschilders rust, beweging en weerspiegeling De Papiermolenbeek behoort tot het waterrijke landschap rond Oosterbeek dat negentiende-eeuwse kunstenaars aantrok. De naam herinnert aan de bedrijvigheid die vroeger langs dergelijke beken plaatsvond. Het stromende water werd gebruikt om watermolens aan te drijven, waaronder molens die betrokken waren bij de productie van papier. Voor landschapsschilders waren zulke beekdalen bijzonder aantrekkelijk. Water, bomen, oevers, bruggetjes en molens boden veel mogelijkheden voor composities. Bovendien veranderde het uiterlijk voortdurend met het weer en het tijdstip van de dag. Dat paste bij de groeiende belangstelling voor directe natuurwaarneming. Schilders hoefden niet op zoek naar grootse panorama's. Juist een besloten plek langs stromend water kon interessant zijn door licht, schaduw en weerspiegelingen. De Papiermolenbeek herinnert bovendien aan een landschap waarin natuur en menselijk gebruik voortdurend met elkaar verweven waren. Het zogenaamde ongerepte landschap rond Oosterbeek was ook een werklandschap met wegen, boerderijen en molens. Voor de kunstenaars was juist die combinatie aantrekkelijk: natuur hoefde niet leeg te zijn om schilderachtig te worden.

Over Papiermolenbeek is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Veluwelandschap

Onderwerp

Veluwelandschap Bossen, heide en beekjes maakten de Veluwe tot een natuurlijk openluchtatelier Het Veluwelandschap rond Oosterbeek en Wolfheze bood negentiende-eeuwse landschapsschilders een grote verscheidenheid aan onderwerpen. Ze vonden er bossen, heidevelden, weilanden, beekjes, zandwegen en indrukwekkende oude bomen. Voor kunstenaars hoefde een landschap niet spectaculair te zijn. Juist het Nederlandse karakter werd aantrekkelijk. Een eenvoudige zandweg tussen bomen of een beek onder een donkere lucht kon voldoende aanleiding zijn voor een schilderij. Daarbij speelde atmosfeer een steeds belangrijkere rol. Licht verandert gedurende de dag voortdurend. Wolken schuiven voor de zon, water weerspiegelt de lucht en vocht kan kleuren zachter maken. Door buiten te tekenen en schilderen konden kunstenaars zulke veranderingen rechtstreeks bestuderen. Het Veluwelandschap werd zo meer dan alleen een verzameling onderwerpen. Het hielp kunstenaars anders naar natuur te kijken. Deze belangstelling zou later terugkeren bij de Haagse School, waar het Nederlandse landschap eveneens zonder overdreven romantisering werd weergegeven. De Veluwe werd daarmee een soort oefenterrein: niet de grootsheid van de natuur stond centraal, maar de ontdekking hoeveel schoonheid er in een ogenschijnlijk gewoon landschap verborgen kan zitten.

Over Veluwelandschap is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Oosterbeek

Plaats

Oosterbeek Een dorp aan de Veluwezoom werd onverwacht een kraamkamer van de moderne Nederlandse landschapsschilderkunst Oosterbeek ligt bij Arnhem aan de zuidelijke rand van de Veluwe. In de negentiende eeuw ontwikkelde het dorp zich tot een geliefde verblijfplaats voor kunstenaars, schrijvers en welgestelde stedelingen. Voor landschapsschilders was vooral de omgeving aantrekkelijk. Bossen, hoogteverschillen, beekdalen, weilanden en de nabijgelegen heide rond Wolfheze leverden een grote hoeveelheid schildermotieven op. Johannes Warnardus Bilders vestigde zich in Oosterbeek en werd een centrale figuur binnen de groeiende kunstenaarskring. Jongere schilders kwamen bij hem langs, discussieerden over kunst en trokken de natuur in. De kolonie was niet georganiseerd als academie of kunstenaarsvereniging. Juist het informele karakter was belangrijk. Kunstenaars ontmoetten elkaar, werkten samen en wisselden ideeën uit. Onder de bezoekers en betrokkenen bevonden zich schilders die later belangrijk werden voor de Haagse School. Daardoor kreeg Oosterbeek achteraf een bijzondere plaats in de Nederlandse kunstgeschiedenis. Het dorp werd een tussenstation tussen romantische landschapsschilderkunst en een directere observatie van natuur, licht en atmosfeer. Wie Oosterbeek als kunstobject bekijkt, ontdekt daarom geen afzonderlijke schilderstijl, maar vooral een plaats waar kunstenaars elkaar en nieuwe ideeën vonden.

Over Oosterbeek is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Veluwezoom

Plaats

Veluwezoom Hier veranderde een aantrekkelijk natuurgebied in een ontmoetingsplaats voor schilders en nieuwe ideeën De Veluwezoom vormt de zuidelijke rand van de Veluwe en wordt gekenmerkt door bossen, heide, beekdalen en opvallende hoogteverschillen. Oosterbeek en Wolfheze liggen in deze landschappelijk rijke omgeving. Voor negentiende-eeuwse kunstenaars bood de Veluwezoom een aantrekkelijk alternatief voor het stedelijke atelier. Op relatief korte afstand konden zij zeer verschillende landschappen bestuderen. Een dicht bos kon worden afgewisseld met open heide, een beekdal of een vergezicht. De komst van betere vervoersverbindingen maakte het gebied bovendien gemakkelijker bereikbaar. Daardoor konden kunstenaars vanuit andere delen van Nederland naar Oosterbeek en Wolfheze reizen. Belangrijk was vooral het veranderende licht. De schilders gingen steeds meer belangstelling tonen voor atmosfeer, wolkenluchten en weersomstandigheden. Het landschap werd niet alleen een onderwerp, maar ook een middel om stemming uit te drukken. De Veluwezoom kreeg zo een culturele betekenis naast zijn natuurlijke waarde. Wie tegenwoordig door het gebied wandelt, kan daardoor iets bijzonders proberen: niet alleen naar bomen, water en heide kijken, maar zich afvragen waarom een negentiende-eeuwse schilder juist op deze plek zijn ezel zou hebben neergezet.

Over Veluwezoom is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Op mijn tafel

De Oosterbeekse kunstenaarskolonie

Beschrijving
De Oosterbeekse kunstenaarskolonie Het Nederlandse Barbizon waar de natuur een nieuwe generatie schilders naar buiten lokte De kunstenaarskolonie die halverwege de negentiende eeuw rond Oosterbeek, Wolfheze en Renkum ontstond, wordt meestal aangeduid als de Oosterbeekse School, de Oosterbeekse kunstenaarskolonie of de schilderskolonie Oosterbeek/Wolfheze. Ze geldt als de oudste schilderskolonie van Nederland en was van groot belang voor het ontstaan van de latere Haagse School. De belangrijkste periode lag ongeveer…

De Oosterbeekse kunstenaarskolonie

De Oosterbeekse kunstenaarskolonie
Het Nederlandse Barbizon waar de natuur een nieuwe generatie schilders naar buiten lokte

De kunstenaarskolonie die halverwege de negentiende eeuw rond Oosterbeek, Wolfheze en Renkum ontstond, wordt meestal aangeduid als de Oosterbeekse School, de Oosterbeekse kunstenaarskolonie of de schilderskolonie Oosterbeek/Wolfheze. Ze geldt als de oudste schilderskolonie van Nederland en was van groot belang voor het ontstaan van de latere Haagse School. De belangrijkste periode lag ongeveer tussen 1840 en 1870.

Het Nederlandse Barbizon

Oosterbeek werd ook wel het Nederlandse Barbizon genoemd. Die bijnaam verwijst naar het Franse dorp Barbizon, waar kunstenaars in de negentiende eeuw hun ateliers verlieten om rechtstreeks in de natuur te werken. In plaats van een ideaal landschap in het atelier samen te stellen, gingen zij bossen, bomen, water en wolken daadwerkelijk bestuderen.

Ook Nederlandse kunstenaars raakten door die nieuwe houding geïnspireerd. Oosterbeek bood daarvoor een bijna ideale omgeving. Rond de zuidelijke Veluwezoom vonden schilders bossen, heidevelden, weilanden, beekjes, watermolens, hoogteverschillen en vooral indrukwekkende oude bomen.

Johannes Warnardus Bilders als middelpunt

Een sleutelfiguur was Johannes Warnardus Bilders. Hij kwam in 1841 naar Oosterbeek en raakte diep onder de indruk van het landschap. Bilders was niet alleen schilder, maar ook een charismatische persoonlijkheid die jongere kunstenaars aantrok. Zijn huis werd een ontmoetingsplaats waar over kunst en literatuur werd gesproken.

Rond Bilders ontstond geen strak georganiseerde vereniging met lidmaatschapskaarten en regels. Het was eerder een los netwerk van kunstenaars die naar dezelfde streek kwamen, samen schilderden, elkaar ontmoetten in logementen en herbergen en elkaars werk bespraken.

Onder hen bevonden zich kunstenaars die later beroemd zouden worden: Anton Mauve, Willem Roelofs, Paul Gabriël, Hendrik Willem Mesdag en de broers Jacob, Matthijs en Willem Maris. Verschillende van hen zouden later een belangrijke rol spelen binnen de Haagse School.

De Wodanseiken

Een bijzonder geliefd onderwerp waren de eeuwenoude eiken bij Wolfheze. Bilders zag in het landschap iets mystieks en oer-Nederlands. De bomen kregen de naam Wodanseiken en werden door verschillende kunstenaars geschilderd.

Bilders maakte van zijn natuurverering zelfs een vrolijk ritueel. Nieuwe kunstenaars konden bij de Wolfhezerbeek ceremonieel worden 'gedoopt'. Volgens de overlevering verkleedde Bilders zich daarbij als druïde en moesten deelnemers beloven de plek waar Wodan en Thor zouden hebben gehuisd met ernst te betreden. Daarna volgden eten, drinken, zang en dans.

Het zegt iets belangrijks over de kolonie: schilderen was er niet alleen een individuele bezigheid. Het gezamenlijke kunstenaarsleven was minstens zo belangrijk.

Buiten schilderen

Technische ontwikkelingen hielpen daarbij. Olieverf werd verkrijgbaar in handige metalen tubes, waardoor schilders verf gemakkelijker mee naar buiten konden nemen. Ook de bereikbaarheid verbeterde. Nadat Wolfheze in 1845 een station kreeg, konden kunstenaars uit het westen van Nederland veel gemakkelijker naar de Veluwezoom reizen.

Buiten werken veranderde hun manier van kijken. Niet alleen bomen en weilanden waren belangrijk, maar ook licht, lucht, vocht, wolken en atmosfeer. Het landschap hoefde niet spectaculair te zijn. De stemming van een gewone Nederlandse dag kon voldoende aanleiding zijn voor een schilderij.

Daarmee werd Oosterbeek een soort laboratorium voor een nieuwe Nederlandse landschapsschilderkunst.

Voorloper van de Haagse School

Vanaf ongeveer 1870 verloor Oosterbeek geleidelijk zijn centrale positie. Maar de ideeën en contacten verdwenen niet. Een aantal kunstenaars nam de ervaringen mee naar het westen van Nederland. Rond 1875 zouden verschillende voormalige bezoekers van Oosterbeek tot de kern van de Haagse School behoren.

Daarom is de Oosterbeekse School kunsthistorisch veel belangrijker dan haar huidige bekendheid doet vermoeden.

Wie naar de geschiedenis van de Haagse School kijkt, komt bijna vanzelf terecht tussen de bossen, beekjes en oude eiken van Oosterbeek en Wolfheze. Daar oefende een generatie schilders niet alleen het schilderen van landschappen, maar vooral een nieuwe manier van kijken naar het Nederlandse landschap.

Gereedschapskist

Materialen

Technieken