Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

Nederlandse kunstenaarskolonie

Organisatie
Welkom in mijn studeerkamer!

Nederlandse kunstenaarskolonie In Oosterbeek ontdekten kunstenaars dat samen schilderen, praten en rondzwerven nieuwe kunst kon opleveren Een kunstenaarskolonie is een plaats waar kunstenaars gedurende langere of kortere tijd samenkomen om te wonen, werken en ideeën uit te wisselen. Oosterbeek en het nabijgelegen Wolfheze ontwikkelden zich in de negentiende eeuw tot wat vaak de eerste belangrijke kunstenaarskolonie van Nederland wordt genoemd. Er bestond geen officiële vereniging met vaste leden. Schilders kwamen en gingen, logeerden in de omgeving, trokken gezamenlijk de natuur in en ontmoetten elkaar tijdens gezellige bijeenkomsten. Johannes Warnardus Bilders werd een centrale figuur binnen deze losse kunstenaarskring. Oosterbeek werd soms het Nederlandse Barbizon genoemd, naar de beroemde Franse kunstenaarskolonie. Net als daar stond het landschap centraal. De betekenis van Oosterbeek reikte verder dan de plaats zelf. Kunstenaars als Anton Mauve, Willem Roelofs, Paul Gabriël en de gebroeders Maris kwamen met de omgeving in aanraking. Verschillende schilders zouden later belangrijk worden voor de Haagse School. Oosterbeek laat daarmee zien wat een kunstenaarskolonie bijzonder maakt: kunstenaars beïnvloeden elkaar niet alleen door schilderijen te bekijken, maar ook door samen te werken, te discussiëren en hetzelfde landschap ieder op hun eigen manier te ontdekken.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

is een voorbeeld van

Op mijn tafel

Vissersdorpen, heidevelden en badplaatsen veranderden in openluchtateliers

Beschrijving
Nederlandse kunstenaarskolonies Toen kunstenaars de stad verlieten, veranderden vissersdorpen, heidevelden en badplaatsen in openluchtateliers In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond in Nederland een bijzonder verschijnsel: de kunstenaarskolonie. Schilders verlieten voor kortere of langere tijd de grote steden en trokken naar dorpen en landelijke gebieden. Daar vonden ze natuur, goedkoop onderdak, karakteristieke bewoners en vooral andere kunstenaars. Nederland kende kolonies en kunstenaarsdorpen in ond…

Vissersdorpen, heidevelden en badplaatsen veranderden in openluchtateliers

Nederlandse kunstenaarskolonies
Toen kunstenaars de stad verlieten, veranderden vissersdorpen, heidevelden en badplaatsen in openluchtateliers

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond in Nederland een bijzonder verschijnsel: de kunstenaarskolonie. Schilders verlieten voor kortere of langere tijd de grote steden en trokken naar dorpen en landelijke gebieden. Daar vonden ze natuur, goedkoop onderdak, karakteristieke bewoners en vooral andere kunstenaars. Nederland kende kolonies en kunstenaarsdorpen in onder meer Oosterbeek, Laren, Domburg, Bergen, Katwijk, Scheveningen en Nunspeet.

Het voorbeeld van Barbizon

Een belangrijke inspiratiebron was het Franse Barbizon. Daar trokken kunstenaars de natuur in om het landschap rechtstreeks te bestuderen. Nederlandse schilders namen die houding over. Tegelijkertijd maakten nieuwe verftubes en de uitbreiding van het spoorwegnet het veel gemakkelijker om met schildermateriaal naar buiten te trekken.

Oosterbeek en Wolfheze behoren tot de vroegste Nederlandse voorbeelden. Johannes Warnardus Bilders vestigde zich in 1842 in Oosterbeek en verzamelde een kring kunstenaars om zich heen. Gerard Bilders, Anton Mauve, Paul Gabriël en de gebroeders Maris behoorden tot de schilders die met deze omgeving verbonden raakten. Oosterbeek werd later belangrijk als voorloper van de Haagse School.

Van Oosterbeek naar Laren

Later kreeg Laren een vergelijkbare aantrekkingskracht. Het Gooise dorp bood heidevelden, boerderijen, schaapskudden en een landelijk leven dat voor stedelijke kunstenaars bijna een andere wereld leek. Anton Mauve werkte er vanaf de jaren tachtig en werd beroemd met zijn stemmige landschappen met schapen.

Laren werd bovendien internationaal. Buitenlandse kunstenaars kwamen naar Nederland omdat het land van Rembrandt en Ruisdael tot de verbeelding sprak. Rond 1900 bestond zelfs een ware internationale belangstelling voor het schilderachtige Holland. Plaatsen als Volendam, Katwijk en Laren werden door buitenlandse kunstenaars druk bezocht.

Vissersdorpen als kunstenaarswereld

Ook de Nederlandse kust trok schilders aan. Scheveningen, Katwijk en andere vissersplaatsen boden onderwerpen die in de moderne stad verdwenen: vissersboten, bomschuiten, netten, traditionele kleding en het harde bestaan van vissersgezinnen.

Voor kunstenaars van de Haagse School was vooral Scheveningen belangrijk. Jozef Israëls en jongere kunstenaars als Bernardus Blommers en David Adolph Constant Artz schilderden het vissersleven, terwijl ook andere Haagse School-kunstenaars regelmatig naar de kust trokken.

Het interessante aan zulke kolonies was dat kunstenaars niet allemaal hetzelfde schilderden. Dezelfde zee, dezelfde boten en soms zelfs dezelfde bewoners konden bij verschillende schilders totaal andere kunstwerken opleveren.

Domburg en de moderne kunst

Een heel ander karakter kreeg de kunstenaarskolonie in Domburg. De Zeeuwse badplaats trok rond 1900 kunstenaars die experimenteerden met nieuwe vormen van kunst. Jan Toorop werd er een belangrijke centrale figuur. Ook Piet Mondriaan en Jacoba van Heemskerck werkten in Domburg. Van Heemskerck en Mondriaan werkten er zelfs samen, terwijl beiden richting steeds verdergaande abstractie evolueerden.

Hier zien we hoe het karakter van kunstenaarskolonies veranderde. Oosterbeek draaide sterk om landschap en natuurwaarneming; Domburg werd ook een ontmoetingsplaats voor artistieke vernieuwing.

Bergen en het experiment

Ook Bergen in Noord-Holland ontwikkelde zich in het begin van de twintigste eeuw tot een kunstenaarsdorp. De omgeving trok schilders aan, maar minstens zo belangrijk waren de onderlinge contacten. In dergelijke gemeenschappen konden kunstenaars nieuwe ideeën bespreken, elkaars werk bekijken en experimenteren buiten de officiële academies en kunstinstellingen.

Dat sociale aspect is essentieel om kunstenaarskolonies te begrijpen. Het waren zelden officiële organisaties met een ledenlijst. Een kunstenaar kon een zomer komen schilderen, enkele jaren blijven of zich permanent vestigen.

Meer dan mooie landschappen

Nederlandse kunstenaarskolonies ontstonden dus niet toevallig op schilderachtige plekken. Ze waren het resultaat van verschillende ontwikkelingen: betere vervoersmogelijkheden, belangstelling voor schilderen in de open lucht, verzet tegen academische tradities en behoefte aan contact met andere kunstenaars.

Daarmee werden plaatsen als Oosterbeek, Laren, Domburg, Bergen, Katwijk en Scheveningen tijdelijke laboratoria voor nieuwe kunst.

En misschien is dat wel het belangrijkste kenmerk van een kunstenaarskolonie: niet alleen de omgeving inspireert de kunstenaar, maar kunstenaars inspireren vooral elkaar. Een dorp wordt daardoor meer dan een locatie. Het wordt een netwerk van mensen, ontmoetingen, experimenten en ideeën waaruit soms een compleet nieuwe richting in de kunst kan ontstaan.