Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

Opaciteit

Begrip
Welkom in mijn studeerkamer!

Opaciteit Wanneer verf bepaalt wat je wel en niet meer ziet Opaciteit is de mate waarin een materiaal licht tegenhoudt en de onderliggende laag bedekt. Bij schilderkunst bepaalt de opaciteit van verf dus hoeveel van de ondergrond of eerdere verflagen zichtbaar blijft. Een sterk opake verf dekt goed; een transparante verf laat juist veel doorschijnen. De eigenschap hangt onder meer samen met het gebruikte pigment, bindmiddel, de laagdikte en de manier waarop het licht door de verf wordt verstrooid. Pigmenten als titaanwit staan bekend om hun sterke dekkracht, terwijl andere pigmenten juist geschikt zijn voor transparante glacislagen. Kunstenaars kunnen opaciteit bewust inzetten. Dekkende verf kan vormen krachtig naar voren halen, terwijl transparante lagen kleur en diepte kunnen opbouwen. Daartussen ligt een groot gebied van halftransparante verf. Wil je verder? Vergelijk opake en transparante pigmenten, onderzoek de dekkracht van verschillende kleuren of ontdek hoe glaceren juist gebruikmaakt van het tegenovergestelde van volledige opaciteit.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

gerelateerd aan

is gerelateerd aan

is verbonden met

wordt gebruikt in

Glaceren

Techniek

Glaceren Schilderen met licht dat door de verf heen lijkt te komen Glaceren is een schildertechniek waarbij een kunstenaar dunne, transparante of halftransparante verflagen over reeds gedroogde verf aanbrengt. Iedere nieuwe laag verandert subtiel de kleur van de laag eronder. Daardoor kunnen kleuren een bijzondere diepte en helderheid krijgen zonder dat dikke verf nodig is. De techniek werd veel gebruikt in de Europese schilderkunst en speelde een belangrijke rol bij het schilderen met olieverf. Vooral bij huid, kleding, schaduwen en rijke kleurpartijen konden glacislagen bijzonder verfijnde effecten opleveren. Glaceren vraagt geduld. Een onderliggende verflaag moet voldoende droog zijn voordat een volgende laag wordt aangebracht. De kunstenaar bouwt het uiteindelijke resultaat daardoor stap voor stap op. Glaceren heeft verwantschap met sfumato, maar beide begrippen betekenen niet hetzelfde. Sfumato draait om zachte, bijna onzichtbare overgangen tussen vormen, licht en schaduw. Glaceren is de technische werkwijze waarbij transparante verflagen over elkaar worden aangebracht.

Over Glaceren is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Licht

Begrip

Licht Zonder licht bestaat er voor ons geen zichtbare kunst Licht maakt kleur, vorm, ruimte en textuur zichtbaar. Voor beeldend kunstenaars is het daarom veel meer dan alleen iets waarmee een voorstelling wordt verlicht. De richting, sterkte, kleur en verspreiding van licht bepalen in hoge mate hoe we een beeld ervaren. Licht kan van voren, opzij of van achteren komen. Zijlicht benadrukt reliëf en textuur, terwijl tegenlicht sterke silhouetten kan veroorzaken. Met licht en schaduw kan een kunstenaar volume suggereren en de aandacht naar bepaalde delen van een voorstelling leiden. Ook de kleur van licht speelt een rol. Daglicht, kaarslicht en kunstlicht beïnvloeden kleuren ieder op een andere manier. Schilders als Caravaggio, Rembrandt en Vermeer maakten licht zelfs tot een bepalend onderdeel van hun beeldtaal. Wil je verder? Bekijk hetzelfde voorwerp achtereenvolgens bij frontaal licht, zijlicht en tegenlicht. De vorm verandert niet, maar je waarneming wel. Vanuit licht kun je verder naar schaduw, licht-donker, kleur en toonwaarde.

Over Licht is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Translucentie

Materiaal

Translucentie Licht komt erdoorheen, maar je kunt er niet helder doorheen kijken Translucentie betekent dat een materiaal een deel van het licht doorlaat, terwijl het licht tegelijkertijd wordt verstrooid. Daardoor blijft wat zich achter het materiaal bevindt vaag of onzichtbaar. Het materiaal is dus niet volledig transparant, maar ook niet helemaal ondoorzichtig. Denk aan melkglas, dun papier, was, albast of bepaalde kunststoffen. Ook verflagen kunnen translucente eigenschappen hebben. Licht dringt dan gedeeltelijk in de laag door en wordt in het materiaal verspreid of teruggekaatst. Dat kan een zachte, soms bijna lichtgevende indruk geven. In schilderkunst is translucentie belangrijk bij het begrijpen van pigmenten, glacislagen en huidtonen. In beeldhouwkunst kan een lichtdoorlatende steen als albast een heel andere werking hebben dan een volledig ondoorzichtig materiaal. Translucentie hangt samen met materiaaldikte, oppervlak en lichtbron. Wil je verder? Vergelijk translucentie met transparantie en opaciteit en onderzoek daarna glaceren, reflectie, lichtbreking en albast. Zo ontdek je wat er gebeurt wanneer licht niet alleen óp, maar ook ín een materiaal werkt.

Over Translucentie is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Laagdikte

Techniek

Laagdikte Een fractie van een millimeter kan het uiterlijk van verf veranderen Laagdikte is de dikte van een aangebrachte laag materiaal, bijvoorbeeld verf, inkt, vernis of grondering. Binnen de schilderkunst heeft die dikte grote invloed op kleur, structuur, droogtijd en de manier waarop licht op het oppervlak reageert. Een dunne verflaag kan de ondergrond of een eerdere kleur gedeeltelijk zichtbaar laten. Bij een glacis wordt daarvan bewust gebruikgemaakt. Een dikke verflaag kan juist sterk dekkend zijn en een tastbaar reliëf vormen, zoals bij impasto. Laagdikte beïnvloedt ook het technische gedrag van een schilderij. Een dikke laag olieverf droogt anders dan een dunne laag. Als opeenvolgende lagen verschillend reageren op droging, temperatuur of beweging van de drager, kunnen op termijn barsten of andere beschadigingen ontstaan. Ook bij zeefdruk, vernis en grondering is controle van de laagdikte belangrijk. Wil je verder? Vergelijk glaceren met impasto en onderzoek daarna opaciteit, transparantie, droogtijd en opbouw in lagen.

Over Laagdikte is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Op mijn tafel

Voor dit object zijn nog geen tekstblokken vastgelegd.