Terug door de deur naar de vorige ruimte of de voordeur
Studeerkamer

Materieschilderkunst

Kunststroming
Welkom in mijn studeerkamer!

Materieschilderkunst Als verf niet alleen kleur is, maar bijna bouwmateriaal wordt Materieschilderkunst is schilderkunst waarin het fysieke materiaal van het kunstwerk een hoofdrol krijgt. Verf wordt dik aangebracht, vermengd of gecombineerd met materialen als zand, aarde, gips, textiel, hout of andere stoffen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog gingen Europese kunstenaars intensief experimenteren met zulke ruwe oppervlakken. Een schilderij hoefde niet langer een venster op een andere werkelijkheid te zijn. Het oppervlak zelf kon het onderwerp worden: gebarsten, gekrast, korrelig, glanzend of zwaar van structuur. De Spaanse kunstenaar Antoni Tàpies werd beroemd met deze benadering. Ook Jean Dubuffet en Alberto Burri onderzochten de mogelijkheden van ongebruikelijke materialen en beschadigde oppervlakken. Open de deur naar materieschilderkunst: ontdek Tàpies, Dubuffet, Burri, Art Informel, textuur, zand, assemblage en gemengde technieken — en ervaar wat er gebeurt wanneer je een schilderij niet alleen met je ogen wilt bekijken, maar bijna de behoefte krijgt om het aan te raken.

Aan de muur

Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.

Emil Schumacher

Kunstenaar

Emil Schumacher De schilder die verf veranderde in materie Emil Schumacher (1912–1999) was een Duitse schilder en een belangrijke vertegenwoordiger van het Art informel en de materieschilderkunst. Vanaf ongeveer 1950 liet hij herkenbare voorstellingen steeds verder los. Niet het afgebeelde onderwerp, maar verf, kleur, gebaar en oppervlak werden bepalend voor zijn werk. Schumacher behandelde verf nadrukkelijk als fysiek materiaal. Hij mengde zijn pigmenten zelf en bouwde oppervlakken op uit dikke lagen. Daarin kraste, groef en tekende hij, waardoor schilderijen soms bijna reliëfs werden. Ook experimenteerde hij met materialen als draadgaas, gips en papier-maché. Zijn werk stond in contact met het Franse tachisme en kunstenaars als Wols, Jean Fautrier en Jean Dubuffet. Tegelijkertijd ontwikkelde Schumacher een heel eigen krachtige beeldtaal waarin spontane beweging en ruwe materie samengaan. Ga vanuit Schumacher eens verder naar Materieschilderkunst, Art informel of Tachisme en ontdek hoe na 1945 zelfs de huid van een schilderij onderwerp van kunst kon worden.

Over Emil Schumacher is nog geen aanvullende informatie beschikbaar.

Op mijn tafel

Beschrijving

KUNSTTERMEN | Materieschilderkunst (Art Informel) De kracht van materiaal en spontaniteit Schilderen waarbij de verf zelf het verhaal vertelt Materieschilderkunst, ook bekend onder de Franse naam Art Informel, is een kunststroming die zich na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde. De naam Art Informel betekent letterlijk "vormloze kunst". Toch gaat het niet om kunst zonder vorm, maar om kunst die zich niet laat beperken door vooraf vastgelegde regels of composities. In plaats van een herkenbare voorstelling of een str…

Beschrijving

 

KUNSTTERMEN | Materieschilderkunst (Art Informel)

De kracht van materiaal en spontaniteit

Schilderen waarbij de verf zelf het verhaal vertelt

Materieschilderkunst, ook bekend onder de Franse naam Art Informel, is een kunststroming die zich na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde. De naam Art Informel betekent letterlijk "vormloze kunst". Toch gaat het niet om kunst zonder vorm, maar om kunst die zich niet laat beperken door vooraf vastgelegde regels of composities. In plaats van een herkenbare voorstelling of een strak ontwerp staan het materiaal, het schilderproces en de persoonlijke expressie centraal.

Kunstenaars binnen deze stroming wilden afrekenen met de traditionele opvatting dat een schilderij vooral een afbeelding van de werkelijkheid moest zijn. Voor hen was het doek geen venster op de wereld, maar een plek waar emoties, energie en experiment zichtbaar werden. Het schilderij ontstond vaak intuïtief, waarbij iedere verflaag, kras of structuur onderdeel werd van het uiteindelijke werk.

De materie krijgt een hoofdrol

Wat de materieschilderkunst bijzonder maakt, is de aandacht voor de fysieke eigenschappen van het materiaal. Verf werd niet alleen gebruikt om kleur aan te brengen, maar ook om reliëf, structuur en diepte te creëren. Kunstenaars mengden de verf regelmatig met zand, gips, cement, zaagsel, stof, aarde of andere materialen. Hierdoor ontstonden schilderijen die bijna sculpturaal aandoen.

Het oppervlak van het doek werd een landschap van dikke verfklodders, krassen, scheuren en opstaande structuren. Soms werd de verf met een paletmes aangebracht, soms met de handen of andere voorwerpen. Het eindresultaat hoefde niet netjes of afgewerkt te zijn. Juist de sporen van het maakproces maakten het werk levendig en authentiek.

Binnen de materieschilderkunst krijgt het materiaal een eigen betekenis. De structuur van een schilderij nodigt de kijker uit om niet alleen naar het werk te kijken, maar het bijna met de ogen te voelen.

Spontaniteit en vrijheid

Art Informel ontstond in een periode waarin veel kunstenaars behoefte hadden aan een nieuwe vrijheid. De verwoestingen van de oorlog hadden het vertrouwen in vaste systemen en traditionele zekerheden aangetast. Veel kunstenaars wilden daarom niet langer werken volgens strenge regels of academische voorschriften.

Het schilderproces werd een vorm van onderzoek. Niet het eindresultaat stond voorop, maar de weg ernaartoe. Toeval mocht meespelen. Een druiper, een barst of een onverwachte kleurverandering kon juist een belangrijk onderdeel van het werk worden.

Daardoor kreeg ieder schilderij een uniek karakter. Geen enkele penseelstreek was volledig voorspelbaar en geen enkel werk kon precies worden herhaald.

Belangrijke kunstenaars

Verschillende Europese kunstenaars speelden een belangrijke rol binnen de ontwikkeling van Art Informel. Jean Fautrier wordt beschouwd als een van de pioniers van de materieschilderkunst. Zijn dikke verflagen en ruwe oppervlakken maakten diepe indruk op tijdgenoten.

Ook Jean Dubuffet experimenteerde intensief met zand, aarde en andere materialen. Hij liet zich inspireren door kindertekeningen en kunst van mensen zonder academische opleiding. Daarnaast ontwikkelde Antoni Tàpies een zeer herkenbare stijl waarin verweerde oppervlakken, symbolen en materie samenkomen. Ook Alberto Burri verwierf internationale bekendheid door het gebruik van jute, hout, plastic en zelfs gebrand materiaal in zijn kunstwerken.

Invloed op de moderne kunst

De invloed van de materieschilderkunst is nog steeds zichtbaar in de hedendaagse kunst. Veel kunstenaars gebruiken tegenwoordig uiteenlopende materialen om een extra laag betekenis aan hun werk toe te voegen. Niet alleen verf, maar ook textiel, metaal, papier, hout, kunststof en gevonden voorwerpen worden onderdeel van het kunstwerk.

Art Informel heeft laten zien dat schoonheid niet afhankelijk is van perfectie of herkenbaarheid. Ook beschadiging, vergankelijkheid, ruwe structuren en onregelmatigheden kunnen een sterke artistieke waarde bezitten.

Voor hedendaagse kunstenaars blijft de materieschilderkunst daarom een belangrijke inspiratiebron. Zij herinnert eraan dat een schilderij niet alleen bestaat uit kleur en compositie, maar ook uit tastbaarheid, experiment en de zichtbare sporen van de hand van de maker. Juist die directe relatie tussen kunstenaar, materiaal en proces geeft deze kunststroming haar blijvende kracht.

 

Wanneer verf bijna een landschap wordt

Beschrijving
Wanneer verf bijna een landschap wordt Bij materieschilderkunst gebeurt iets bijzonders met het oppervlak van een schilderij. Het doek is niet langer alleen een vlak waarop een afbeelding verschijnt. Het oppervlak zelf begint mee te spreken. Na de Tweede Wereldoorlog gingen verschillende Europese kunstenaars experimenteren met dikke verflagen en ongebruikelijke materialen. Jean Fautrier bouwde bijvoorbeeld ruwe oppervlakken op uit verschillende lagen materiaal. Jean Dubuffet vermengde zijn schildermateriaal met zan…

Wanneer verf bijna een landschap wordt

Wanneer verf bijna een landschap wordt

Bij materieschilderkunst gebeurt iets bijzonders met het oppervlak van een schilderij. Het doek is niet langer alleen een vlak waarop een afbeelding verschijnt. Het oppervlak zelf begint mee te spreken.

Na de Tweede Wereldoorlog gingen verschillende Europese kunstenaars experimenteren met dikke verflagen en ongebruikelijke materialen. Jean Fautrier bouwde bijvoorbeeld ruwe oppervlakken op uit verschillende lagen materiaal. Jean Dubuffet vermengde zijn schildermateriaal met zand, aarde, grind en andere stoffen. Bij Antoni Tàpies konden zand en marmerstof een oppervlak opleveren dat eerder aan een verweerde muur dan aan traditionele schilderkunst deed denken.

Alberto Burri ging nog een stap verder. In zijn werk verschenen jute, hout, plastic en beschadigde of verbrande materialen. Materiaal hoefde niet langer te doen alsof het iets anders voorstelde. Een scheur, korrel, brandplek of ruwe vezel kon zelf betekenis krijgen.