Optische illusie
Fabritius schilderde niet alleen wat wij zien, maar speelde met hoe onze ogen geloven Een optische illusie ontstaat wanneer onze waarneming ons iets anders laat ervaren dan er werkelijk aanwezig is. Schilders gebruiken dat verschijnsel al eeuwen om op een plat oppervlak overtuigende ruimte, diepte en tastbare voorwerpen te suggereren. Carel Fabritius was bijzonder geïnteresseerd in zulke mogelijkheden. Met perspectief, licht en schaduw kon hij geschilderde vormen bijna werkelijk aanwezig laten lijken. Het puttertje is daarvan een bekend voorbeeld. De vogel en zijn zitplaats werpen subtiele schaduwen op de lichte achtergrond, waardoor ze voor de muur lijken te hangen. Ook Gezicht in Delft toont Fabritius' belangstelling voor de werking van het oog. Het ongebruikelijke perspectief suggereert dat de voorstelling vanuit een specifieke kijkpositie optimaal moest functioneren. Deze experimenten passen binnen een bredere zeventiende-eeuwse belangstelling voor optica, perspectief en trompe-l'oeil. Daarmee verandert de verhouding tussen schilderij en bezoeker. De kijker observeert niet langer alleen een voorstelling. Zijn eigen waarneming wordt onderdeel van het kunstwerk. Precies daarin schuilt de moderne aantrekkingskracht van Fabritius' experimenten.
Aan de muur
Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.
is verbonden met
kenmerk van
Op mijn tafel
Voor dit object zijn nog geen tekstblokken vastgelegd.