Niet-representatieve kunst
Niet-representatieve kunst Kunst waarop helemaal niets hoeft te lijken Niet-representatieve kunst stelt geen herkenbare mensen, landschappen of voorwerpen voor. Lijn, kleur, vorm, ritme en ruimte hoeven nergens naar te verwijzen: zij kunnen zélf het onderwerp van het kunstwerk zijn. Daarmee gaat niet-representatieve kunst een stap verder dan kunst waarin de werkelijkheid alleen sterk wordt geabstraheerd. Een schilder kan bijvoorbeeld een boom steeds eenvoudiger maken totdat slechts enkele vormen overblijven. Bij werkelijk niet-representatieve kunst hoeft er helemaal geen boom als uitgangspunt te zijn geweest. In de twintigste eeuw onderzochten kunstenaars als Wassily Kandinsky, Piet Mondriaan en Kazimir Malevich hoe kunst zonder traditionele voorstelling kon functioneren. Hun oplossingen waren heel verschillend: van beweeglijke kleurcomposities tot strenge geometrische vlakken. De kijker krijgt daardoor minder houvast, maar juist meer vrijheid. Je hoeft niet eerst te ontdekken wat iets voorstelt. Open de deur en ontdek wat er overblijft wanneer kunst besluit helemaal niets meer af te beelden.
Aan de muur
Een naam opent een andere studeerkamer. Bij een naam met ⓘ lees je hier extra informatie.
Voor dit object zijn nog geen relaties vastgelegd.